Een grondige kennis van Nescio's levensloop is essentieel om zijn oeuvre, dat in hoge mate autobiografisch is, beter te kunnen begrijpen.
Het is zelfs zo dat de meeste critici en biografen in hun artikelen voortdurend uitspraken van de schrijver zelf ter illustratie of zelfs als bewijsvoering aanhalen.

Dat is vanzelfsprekend een gevaarlijk uitgangspunt. Het is duidelijk dat men zich ervoor moet hoeden de schrijver Nescio (de zogenaamde "persona poetica") en de persoon J.H.F. Grönloh (de zogenaamde "persona practica"), zoals Nescio in werkelijkheid heette, volledig met elkaar te identificeren. Het is trouwens Nescio zelf die ons daar op attent maakt :

"Gek, in andere verhalen vindt ze (= zijn vrouw, P.E.) zulke dingen niet zoo erg. Ik denk dat het komt doordat ik dit geschreven heb. Ze moet toch den auteur weten te onderscheiden van meneer Nescio, maar dat gaat haar te hoog." [2]

Ook L. Frerichs, die in 1982 een aantal artikelen over Nescio heeft gebundeld, merkt in haar nawoord op dat dit "in het algemeen ... een vergissing (is) die door veel schrijvers over Nescio is begaan : ze accepteren de voorstelling van zaken die Nescio geeft ... als de werkelijkheid van de heer J.H.F. Grönloh : zijn meningen, gedachten en gevoelens." [3]

Soms kan het echter wel nuttig zijn om bepaalde uitspraken van Nescio als uitgangspunt te nemen voor verder biografisch onderzoek, om uit te maken in hoeverre het hier waarheid of fictie betreft.
In verband met het onmiskenbare bekenteniskarakter van Nescio's oeuvre zei R. Bindels, terecht, het volgende :

"De hoogtepunten van zijn leven, de gedachten, gevoelens, dromen, wensen, staan te boek. Nescio's oeuvre is doordesemd van de autobiografische indicaties, geput uit zijn "lijfelijke zelf", verhuld : wie de feiten niet kent, ontgaan de talloze allusies zonder welke het werk die vonken van herkenning ontbeert en minder schittert." [4]

Verder leze men enkel maar de korte parabel "Het dal der plichten", dat als een soort van motto voorafgaat aan de bundel "Boven het dal" (en dat in deel II nog uitvoerig zal besproken worden), en men zal beseffen hoezeer Nescio's oeuvre door zijn persoonlijke ervaringen gestuurd wordt.

Vandaar ook het belang van de hier volgende biografie, waarvoor ook geregeld citaten uit Nescio's werk als vertrekpunt zullen fungeren.
Andere belangrijke bronnen zijn getuigenissen van vrienden of familieleden Van de schrijver en vanzelfsprekend interviews door verscheidene critici.

Nescio liet in interviews echter niet veel los over zichzelf, enerzijds omdat hij erg op zijn privacy gesteld was, en anderzijds omdat hij zichzelf helemaal niet belangrijk scheen te vinden. "Schrijft U over mij maar niks" [5], zei hij eens tegen Simon Vinkenoog, toen die hem kwam interviewen.

Ook zijn verwanten waren weinig toeschietelijk met particuliere mededelingen, zodat grote delen van zijn levensverhaal nog steeds weggeborgen liggen in de beslotenheid van zijn familie.

In 1969 nog merkte de criticus Sitniakowsky op:

"Nescio is tegelijk een van onze populairste en geheimzinnigste schrijvers. Iedereen kent zijn naam, velen hebben zijn verhalen gelezen, maar over zijn persoon schijnt niemand ons te kunnen inlichten." [6]

Nu, een 15-tal jaren later, zijn er reeds heel wat gegevens bijgekomen, en de "akelige hiaten" [7] waarover Van Til het in 1971 had, raken stilaan opgevuld.

Het volgende, beknopte, overzicht zal dat hopelijk duidelijk maken.

Lees verder...

[1] Voorafgaandelijke opmerking : als biografische naslagwerken werden gebruikt :

BINDELS, R., Nescio. 2de druk, 1978; Bindels, R., Brugge, Orion, 1972. 65 p. (Serie : Ontmoetingen)

NESCIO. Uitgave van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage. Deel 14 van de serie Schrijversprentenboeken, samengesteld door M.J. Boas-Grönloh, G. Borgers en M. Scholten. 's Gravenhage, De Bezige Bij, 1969. 39 p.

[2] "Dichtertje", p. 94.

[3] FRERICHS, L., Over Nescio. Beschouwingen en interviews, p.308.

[4] BINDELS, R., Over "De Uitvreter", "Titaantjes" en "Dichtertje" van Nescio, p.8.

[5] VINKENOOG, S., 'Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd'... Nescio (75) : geen veelschrijver, In : De Haagse Post, 6-7-1957.

[6] SITNIAKOWSKY, I., Nescio blijft in het duister, In : Algemeen Handelsblad, 20-9-1969.

[7] WIEREMA, T., Nescio, een zucht van de wind door de kruinen van ons proza. Tien jaar na de dood van J.H.F. Grönloh staat neerlandicus Van Til nog voor vele raadsels, In : Vrij Nederland, 24-7-1971.