Nescio
Startpagina
Nieuw
Biografie
Bibliografie
Artikels
Bibliotheek
Extra
Deze website
Zoeken
Links
Overzicht
Teken het gastenboek!
artikels
 

 

Nescio

Simon Carmiggelt

lijn

Kort na het verschijnen van zijn bundel 'Boven het dal' is de schrijver Nescio op hoge leeftijd gestorven. De merkwaardige ontstaansgeschiedenis van zijn laatste werk, heb ik indertijd in deze hoek verteld. Nescio was altijd een weinig-schrijver geweest. 'Dichtertje', 'Titaantjes' en 'De uitvreter' werden geschreven vr de eerste wereldoorlog en doorstonden sindsdien alle letterkundige stromingen en modes waarover mensen zich druk maakten. De jeugd van vandaag leest deze drie met meesterhand geschreven verhalen, waarin alleen een paar spellingseigenaardigheden gedateerd aandoen, even geestdriftig als die van veertig jaar geleden. Na dit beroemde drietal publiceerde Nescio alleen nog in 1935 het korte verhaal 'Een lange dag' en, kort na de tweede wereldoorlog, het boekje 'Mene Tekel'. Meer scheen er niet verwacht te mogen worden. Toen ik hem op zijn vijfenzeventigste verjaardag bezocht en vroeg of hij nog werk in portefeuille had, zei hij achteloos: 'Alleen wat aantekeningen en opzetjes'. En hij maakte met een handgebaar duidelijk dat liet niet de moeite waard was. Maar in 1960 - de schrijver was inmiddels ziek geworden en had geen werkkracht meer - kwam een pakje tevoorschijn dat hij in 1942 bij zijn dochter in bewaring had gegeven. Ze had het nooit geopend. Het bleek een persklaar manuscript van 'Boven het dal' te bevatten, dat vervolgens bij G.A. van Oorschot verscheen en geheel op het peil stond van zijn vroeger werk, dat zijn grote reputatie in de literatuur vestigde.

Wie, zoals ik, tot de zich gestadig uitbreidende kring van Nescio-bewonderaars behoort, zal met belangstelling vernemen, dat de volgende aflevering van het tijdschrift 'Tirade', die binnenkort verschijnt, geheel gevuld zal zijn met het werk uit zijn nalatenschap.

Een dochter van de auteur, mevrouw M.J. Boas-Grnloh, zegt in een nawoord, dat ik in proef las:

'De aandrang van buitenaf werd zo groot dat ik na lang aarzelen er toe ben overgegaan weer wat werk uit Nescio's literaire nalatenschap vrij te geven. Bij het hier afgedrukte, dat de schrijver zelf nooit persklaar gemaakt heeft, bevinden zich ook enkele van zijn vroegste verhalen.'

Een er van, 'Heimwee' genaamd, is een touchante herinnering aan een paar jeugdvrienden uit de idealistische tijd van de (jonge) arbeidersbeweging. Het prachtig geschreven verhaal, bevat zinnen als 'Hij leunde tegen een telefoonpaal. Een eindeloos, saai verhaal scheen op reis in de draden, misschien naar Naarden.' Een onvoltooid stuk 'Van de duisternis om ons', gaat over de vakantie van Hendrik Termaat, ergens buiten. ('Hij vond zichzelf een mooi, sterk beest, dat uit goedhartigheid al die menschen geen kwaad deed.')

Behalve een voor het Algemeen Handelsblad geschreven ingezonden stuk uit 19o5, gericht tegen een (helaas niet m afgedrukt) Falklandje, dat Heijerinans over Isadora Duncan had gepubliceerd en een brieffragment aan Bavink, onder het opschrift 'Beminde Landschapschilder', bevat het nummer van 'Tirade' onder meer een, helaas onvoltooid, verhaal over de 12e maart 1943, waarin alle grote stijlkwaliteiten fonkelend aanwezig zijn, enige notities en een bijzonder amusant geschreven brief uit Zeeland, die bewijst dat Nescio, ook als hij niet aan de drukpers dacht, zijn pen fraai onder discipline hield.

'En de gelagkamer was zoo hoog als een kerk, maar je kon er nix te eten krijgen en ook niet overnachten, al heette 't: "Htel de Gouden Leeuw", maar hij heeft voor ons getelefoneerd naar Meier in Middelharnis en daar hebben we geslapen en er was geen handdoek en er waren maar twee klontjes bij een groote pot thee voor twee personen (je bent dan een persoon) en nou hebben we nog vergeten Meier om z'n portret te vragen.'

Vermeldend dat men in Middelharnis een waaggebouwtje met een luifel heeft afgebroken, om op die plaats een lelijke pettenwinkel te bouwen, merkt hij op: 'God ziet toch blijkbaar niet alles.'

Het nog resterende ongepubliceerde werk van Nescio zal - zo zegt zijn dochter - enige jaren blijven rusten in het Nederlands Letterkundig Museum, 'zodat de tijd de gelegenheid zal geven er afstand van te nemen, wat de verdere beoordeling alleen maar ten goede kan komen.'

Simon Carmiggelt - Gepubliceerd met toelating van de erven.
Oorspronkelijk opgenomen Het Parool [Het Parool, 1 maart 1962].

 

Afdrukbaar Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achterLaat me een boodschap achter

Laatste wijziging aan deze pagina: 17 november 2006

 
Een bericht versturen naar de webmaster (Bert Rodiers)