Nescio
Startpagina
Nieuw
Biografie
Bibliografie
Artikels
Bibliotheek
Extra
Deze website
Zoeken
Links
Overzicht
Teken het gastenboek!
artikels
 

 

Nescio

Simon Carmiggelt

lijn

Hij bracht 't niet verder dan dat nu en dan één van z'n gedichten in een tijdschrift werd opgenomen en dat 't Handelsblad 'm prees, maar dat prijst zooveel.

Dit is een zin uit 'Dichtertje', een van de weinige novellen, die Nescio heeft gepubliceerd in zijn leven. In zijn lang leven. Dit weekeind was ik bij hem, om hem geluk te wensen met zijn vierenzeventigste verjaardag. Niet dat ik hem ken. Ik vind zijn werk alleen maar meesterlijk en zei dus niet 'neen', toen zich deze gelegenheid voordeed, hem eens persoonlijk de hand te schudden. De pas opnieuw verschenen editie van 'De Uitvreter', 'Titaantjes', 'Dichtertje' en 'Mene Tekel' - zijn compleet oeuvre - in één band bijeen, lag keurig ingekaft op tafel, toen ik ergens in westelijk Amsterdam bij hem binnenkwam.

Menno ter Braak rekende zijn novellen tot 'het beste, wat de stijl van tachtig heeft voortgebracht'. Toch was Nescio zijn leven lang een door de literatuur genegeerde figuur. Men kende hem zelfs zó slecht dat zijn achter het pseudoniem verborgen naam in vakkringen tot misverstanden aanleiding gaf: een befaamd handboek onthulde, dat hij eigenlijk Nico Eisenloeffel heette. Toen meldde hij in een ingezonden stuk in de Nieuwe Rotterdamse Courant, dat hij J.H.F. Grönloh heette.

Hoe is dit gebrek aan wezenlijke kennis ten aanzien van een zó voortreffelijk auteur, die in deze tijd toch veel meer te betekenen heeft dan keurig gecatalogiseerde figuurtjes als Hein Boeken of Ary Prins, eigenlijk thuis te brengen? Menno ter Braak verklaart Nescio's impopulariteit bij de officiële kunstenaars, uit het feit dat hij in zijn dodelijk ironisch werk, net als Paap, het type van de 'artist' te scherp doorzag en te meedogenloos vastpinde. Daar komt dan nog bij, dat Nescio de self-publicity nooit heeft gezocht.

'Ik heb altijd zoveel mogelijk stil gehouden dat ik schreef,' zegt hij tegen me, 'want ik heb mijn leven lang op een kantoor gezeten en als ze in zulke kringen merken, datje zulke neigingen hebt, denken ze alleen maar, datje niet deugt voor je werk.'

Hij stoot deze woorden op enigszins honende toon de achterkamer in, waar hij met het uitzicht op een klein tuintje, pijp na pijp zit te roken, tegenover zijn vrouw, die een levendig aandeel heeft in de conversatie en hem er zo nu en dan in betrekt, met een vriendelijk:

'Nietwaar pappie, zo dacht jij daar toch over in die tijd?'

Meestal knikt hij. Hij heeft het hoofd van een held, aan wiens vergruizeling het leven de handen vol hebben zal. Als zijn vrouw stil valt, komt bij opeens met een zinnetje, vol verachting, helemaal de man, die schreef- 'Het leven heeft mij, Goddank, bijna niets geleerd. "Het leven heeft me veel geleerd", zegt de oue sok.'

'Beschikt u nog over ongepubliceerd werk?' vraag ik.

Hij knikt.

'Ja. Opzetjes. Niet klaar. Maar ik doe er niks meer aan. Ze zijn goed zo... Ze liggen daar, in mijn bureau...'

Vroeger hing boven dat bureau een spreuk, die inhield, dat de neergaande lijn des levens de langste is, maar die heeft - symbolisch genoeg - moeten plaatsmaken voor een dartel, uitbundig schilderij van zijn kleindochtertje.

'Wat leest u nu graag?'

Ik had gehoord dat hij zich in de oorlog door de veel-delige memoires van Von Moltke heenvrat 'om nog méér de pest aan ze te krijgen'.

Nu zegt hij:

'De grappenmakers. Ik vraag ze bij pakken tegelijk op zicht bij mijn boekhandelaar. Van u heb ik ook een heleboel gelezen...'

En om mij voor de zonde der ijdelheid te behoeden:

'Ja, ik lees tegenwoordig alléén maar dingen, waar ik niet bij hoef na te denken.'

Maar als even later in het gesprek de titel valt van een prominente Nederlandse roman, blijkt hij die ook gelezen te hebben. Naar zijn mening gevraagd, verklaart hij:

'Dat is een ón-boek.'

'Nee pappie, dat moetje nou niet zeggen,' antwoordt zijn vrouw, 'het pakt ie toch wel aan...'

'Ja,' mompelt hij grimmig in die serre, 'dat doet de cholera ook.'

© Simon Carmiggelt - Gepubliceerd met toelating van de erven.
Oorspronkelijk opgenomen Het Parool [Het Parool, 25 juni 1956].

 

Afdrukbaar Afdrukbare layout
Laat me een boodschap achterLaat me een boodschap achter

Laatste wijziging aan deze pagina: 17 november 2006

 
Een bericht versturen naar de webmaster (Bert Rodiers)